donderdag 15 januari 2015

Niet proberen, gewoon dóen!


De Leertrap
Vandaag een kort persoonlijk verhaal.
 
Mijn dochter ontwikkelde zich tot enige tijd geleden tot een kind met een behoorlijke vaste mindset. Om dit om te buigen, hing ik De Leertrap overal in huis op, en bezigde ik het mantra ‘Van proberen kun je leren’ wanneer ik maar kon. Ik herhaalde die boodschap zo vaak dat het soms mijn neus uit kwam. Maar ik zag langzaam verandering bij mijn dochter. Ze nam kleine stukjes risico en moest lachen om zichzelf als ze opgaf en, zoals ze dat zelf noemde, “van de trap af viel” als ze zei: ik kan het niet.
 
Na een tijdje kwam mijn dochter thuis met de mededeling: “Mam, dat ‘van proberen kun je leren’, dat klopt niet.” Ik keek haar verbouwereerd aan, wachtend op de uitleg die zou komen. “Nee”, zegt ze triomfantelijk, “proberen IS leren!”
Je begrijpt dat ik van binnen gloeide omdat het kwartje bij haar gevallen was!
 
Nog enige tijd later gaf ik een workshop Mindset aan een inspirerende school in Den Haag. Daar vertelde ik bovenstaand verhaal. Een deelnemer kwam naar me toe. “Lonneke, dat ‘proberen IS leren’, dat klopt misschien wel, maar ik heb een betere suggestie.” Verwachtingsvol keek ik haar aan. “Bij proberen zit een reserve. Daar zit al een stukje mislukken in. Ik zou het woord PROBEREN vervangen door DOEN. Gewoon doen. DOEN IS LEREN.”
 
En ze had gelijk. Doen is leren. Doen is risico’s nemen. Doen is beginnen en uitzoeken hoe ver je komt. Doen is ontwikkelen. Dus voortaan is mijn mantra:
 

dinsdag 8 juli 2014

Wie wil leren vliegen heeft tegenwind nodig!

Bij hoogbegaafden is het niet altijd vanzelfsprekend dat er voldoende tegenwind is om goed te leren vliegen. Maar wat als je niet eens weet dat je zou kúnnen vliegen? Het volgende Afrikaanse verhaal over de adelaar en de kippen vind ik prachtig en illustratief:

In een vreselijke storm werd een piepjong adelaarskuiken uit zijn nest geblazen. Het zweefde en tuimelde door de lucht, en kwam vanaf de hoge berg bijna in het dal terecht. Een klein jongetje vond het kuikentje, trillend en kletsnat. Hij nam het mee naar zijn boerderij in het dal. Hij voedde het kuiken, verzorgde het en toen het sterk genoeg was, liet hij het rondlopen bij de kippen op het erf. Na een week was het kuikentje volledig hersteld. Het rende vrolijk rond met de kippen, het at met de kippen en speelde met de andere kippen.

Na die week pakte het jongetje het beestje op in zijn beide handen, hield het in de lucht, en zei: “Jij bent een adelaar. Vlieg!” De adelaar keek verschrikt en riep: “Nee, nee! Zet me vlug op de grond, bij de kippen!” Het jongetje liet haar neer en ze speelde verder met de kippen.

Een maand later pakte het jongetje de adelaar weer op, nam haar naar het dak van het huis, en riep: “Kom, je bent geen kip. Je bent een adelaar! Vlieg!” Maar de adelaar was vreselijk bang en riep dat ze bij de kippen wilde blijven. Het jongetje zette haar tenslotte neer op de grond.

Een jaar later was de adelaar enorm gegroeid. En het jongetje ook. Hij pakte de adelaar op en nam haar mee naar de bergtop. Met zijn beide handen vouwde hij voorzichtig haar vleugels een beetje uit en tilde de adelaar hoog richting de zon. “Vlieg!”, fluisterde hij, “vlieg!”. Maar de adelaar was opnieuw vreselijk bang en ze weigerde opnieuw in alle toonaarden.

Maar, terwijl ze daar op die bergtop stonden, kwam er een windvlaag onder de veren van de adelaar. En terwijl ze omhoog geblazen werd, strekte ze haar vleugels verder uit. Ze leunde op de wind. Vervolgens bewoog ze haar vleugels. En ze vloog! Ze vloog zo hoog als ze kon. Zo ver als ze kon. Het gevoel was magisch. De adelaar keek nooit meer achterom. Ze was een ADELAAR!

Heel wat hoogbegaafden zijn als deze adelaar. Ze hebben geen idee wat ze allemaal kunnen, omdat ze nooit hebben geleerd om hun talenten te gebruiken. Sterker nog, ze hebben soms geen idee wat hun talenten zijn, omdat ze (bijvoorbeeld op school) te weinig gestimuleerd worden om deze te ontdekken.

De ouders en de leraren zijn het jongetje uit dit verhaal. Zij zijn degenen die de juiste bergtop moeten uitzoeken. Zij zullen moeten inzien wat het kind nodig heeft om zijn talenten te laten vliegen. Ook moeten zij kijken of er tegenwind staat. Want zonder flinke tegenwind, zal een kind niet kunnen opstijgen. Maar het allerbelangrijkste wat deze ‘jongetjes’ moeten doen: geloven in de talenten van de adelaar!

Deze column verscheen in juni 2014 in het magazine Gifted van 248 Media

Lonneke Snijder is hoogbegaafdheidsdeskundige in haar bedrijf Start Voor Talent. Ze begeleidt en adviseert ouders, scholen en peuterorganisaties rondom hoogbegaafdheid.

maandag 7 april 2014

De verschillende leeftijden in één kind

Lara (3,5) heeft een grote ontwikkelingsvoorsprong. Cognitief gezien is ze een kind van 5 of 6. Ze is helemaal gek van het heelal. Ze slurpt alle informatie op die haar ouders haar voorlezen en blijft vragen om méér...
Maar soms... wordt ze bang. Doodsbang dat er kometen op haar huis zullen storten. Of op het konijnenhok. Of dat er buitenaardse wezens komen die haar prinsessenkasteel kapot willen maken.
Op dat moment is ze echt nog een peuter van 3, die alles vanuit haar eigen ik bekijkt.

Bij Lara is er sprake van een a-synchrone ontwikkeling. Haar cognitieve ontwikkeling gaat als een speer. Maar op de andere gebieden is ze nog een echte peuter. Haar fijn-motorische ontwikkeling is leeftijdsadequaat. Dit betekent dat ze zich daarin ontwikkelt op haar kalenderleeftijd. En ook zit ze nog volop in de peuter-ik-fase. Ze kan nog niet echt haar perspectief verplaatsen buiten zichzelf.  Maar omdat deze andere gebieden niet zo snel gaan als op het cognitieve vlak, worden op deze gebieden wel eens een 'achterstand' gezien. Dat is dus onterecht. Die lopen niet achter, maar zijn leeftijdadequaat. En dat is niet altijd passend bij de snelle cognitieve ontwikkeling. Dat geeft soms een vertekend beeld.

Onterecht wordt Lara's sociale ontwikkeling (en emotioneel ook) wel eens aangemerkt als een achterstand. Ze speelt namelijk maar heel weinig met de kinderen uit haar groep. De reden daarvoor is niet dat ze een 'achterstand' heeft. Ze is namelijk ontzettend sociaal, maar kan haar ideeën, gevoelens en snelheid niet kwijt bij de kinderen in haar groep. Ze snappen Lara niet. En Lara de kinderen niet. Daarom zondert ze zich regelmatig af en lijkt het voor de leiding alsof ze sociaal gezien achterblijft. Haar ouders nemen haar wel eens mee naar bijeenkomsten voor hoogbegaafde kinderen. Daar leeft Lara helemaal op en blijkt ze met kinderen van allerlei leeftijden prima te kunnen spelen.

Deze a-synchrone ontwikkeling komt veel voor bij hoogbegaafde kinderen. Hoe hoger het IQ, hoe groter het verschil kan zijn tussen de verschillende ontwikkelingsgebieden. Professionals en ouders zien daardoor meerdere leeftijden in één kind. Dat is verwarrend, voor zowel de omgeving als voor het kind. Een begeleider van Joris (3,5) typeerde het eens: "Joris heeft de cognitieve mogelijkheden van een kind van 6, de fijn-motorische vaardigheden van een kind van 3 en de sociale ontwikkeling van een kind van 5."

Kwetsbaar

Dit maakt Joris, Lara en vergelijkbare kinderen, erg kwetsbaar. Het is verwarrend voor hun zelfbeeld om te zien dat ze zo anders in elkaar steken dan de meeste kinderen uit hun groep. Zelfs peuters met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen dit echt al in de gaten hebben! En soms is het ronduit frustererend, want stel je maar eens voor dat je hersens allerlei mooie tekeningen bedenken, maar dat je fysiek (nog) niet in staat bent om deze bijvoorbeeld op papier te krijgen!

Hoogbegaafde peuters kunnen zich dus al bewust zijn van dit a-synchrone. Ze voelen dat er 'iets niet klopt'. Het is daarom belangrijk om zo'n kind uit te leggen hoe dit bij hem/haar werkt, zodat ze hun onbehagen hierover niet aan andere dingen toeschrijven (zoals 'Ik ben niet goed genoeg', 'Andere kinderen vinden mij raar', etc). Hier ligt heel duidelijk een taak voor ouders en begeleiders.

Ook baby's kunnen al gefrustreerd raken door hun a-synchrone ontwikkeling. Joris was het eerste half jaar van zijn leven alleen maar aan het huilen. Zijn hoofd zat onder het eczeem van de stress. Pas toen hij zijn motoriek dusdanig had ontwikkeld en kon kruipen, werd hij wat tevredener. Hij kon tot die tijd niet uitvoeren, wat hij met zijn hersens wél kon bedenken. Hij wilde ergens naar toe, dingen ontdekken, weten hoe iets zit. Maar kon zich nog niet goed genoeg bewegen om dat voor elkaar te krijgen. Probeer je maar eens voor te stellen hoe frustrerend dát moet zijn!

Begrip

Door eenvoudige aanpassingen kan je tegemoet komen aan
de cognitieve behoefte van het kind. Wil het met letters
bezig, maar kan het nog niet schrijven?
Pak stempels, letterbakken, etc. Zo voorkom je veel
frustratie bij het kind.
Ook is er begrip nodig voor de emotionele uitingen van een kind dat zich a-synchroon ontwikkelt. Rik (inmiddels 5) heeft een vrij laag zelfbeeld door alle spanningen die hij ervaart. Hij ervaart vanaf zijn geboorte dagelijks frustraties dat hij dingen wil of begrijpt, maar ze nog niet kan uitvoeren of ze soms nog niet mag omdat hij 'daar te jong voor is'. Daarbij is Rik, net als veel andere hoogbegaafden, een heel gevoelig en intens kind. Daardoor knallen zijn emoties soms bijna letterlijk uit zijn kop. Hij schreeuwt dan of reageert zich op een andere manier af. Andere kinderen internaliseren deze gevoelens van onbehagen en raken depressief of ontwikkelen fysieke klachten als buikijn, hoofdpijn, eczeem, etc.

Aan Riks moeder vertelden de leidsters na zo'n krijsbui dat Rik emotioneel gezien nog wel veel te leren had. Dat hij daar een achterstand had. Maar dat was niet het geval. Met een beetje mee begrip voor de verwarring die Rik elke dag meemaakt, zou hij al enorm geholpen zijn.


Wil je reageren of iets vertellen over a-synchrone ontwikkeling? Ik vind het heel leuk als je hieronder een berichtje achter laat!

Wil je meer weten, of een afspraak maken voor hulp of begeleiding? Klik dan hier.

Deze blog verscheen eerder, in een andere versie, op www.hoogbegaafdheidinjeklas.blogspot.com

dinsdag 11 maart 2014

Interactie met een slimme peuter

Met regelmaat word ik gevraagd om een peuter met het vermoeden van een grote ontwikkelingsvoorsprong te observeren. Het ene kind is erg druk en bozig, de ander is juist erg stil en teruggetrokken. De uitingsvorm kan enorm verschillen. Maar stuk voor stuk zijn het hoogbegaafde peuters (hoewel we ze nog niet hoogbegaafd kunnen noemen), die in de war zijn geraakt door een verschil tussen hun beleving en ervaring van alles wat er om hen heen gebeurt, en de verwachtingen van die omgeving.


Aanspreektoon

Wat mij vaak het allereerste opvalt, is dat veel hoogbegaafde peuters zich niet serieus voelen genomen door de manier waarop er tegen hen gesproken wordt. Dat ligt niet zo zeer aan de volwassene. En het ligt ook niet aan de peuter. Het ligt aan de situatie waarin deze peuter zich bevindt. Namelijk, in hun cognitieve ontwikkeling zijn deze kinderen soms een jaar, maar soms ook meerdere jaren verder dan hun kalenderleeftijd. Wanneer een volwassene tegen een 3 jarige spreekt over 'Doe je schoentjes maar aan', of  'Hier ben jij nog te klein voor', zal dit kind ervaren dat hij als een klein kind wordt behandeld. Hij is namelijk al veel verder in zijn ontwikkeling dan die 3 jaar!

De grootste tip die ik je dan ook kan geven is: spreek tegen het kind, en behandel het, als een ouder kind. Spreek tegen het 3-jarige kind als een 5 of 6 jarige. In het begin zal dat even vreemd aanvoelen. Maar wellicht zie je al snel verandering bij het kind. Het zal zich eerder gehoord en begrepen voelen. En dat is de start voor een gezonde ontwikkeling!



Meer weten? Of vragen over een specifiek kind? Je mag altijd contact opnemen. Ik geef ook trainingen en workshops voor professionals van jonge kinderen. Misschien interessant voor jouw organisatie?

Wil je reageren? Wil je een ervaring delen met anderen? Ik vind het erg leuk als je hieronder een berichtje achterlaat.

dinsdag 7 januari 2014

Workshop Mindset 29 januari en 6 februari

Klik op de afbeelding voor een vergroting. Of klik op deze link voor meer informatie.
 
EDIT: de workshop op 29 januari zit vol. Daarom is er een extra avond ingepland op
Donderdag 6 februari.
Wil je zeker zijn van een plekje? Meld je dan nu aan via info@lonnekesnijder.nl  
 

maandag 9 december 2013

5 tips voor de schoolkeuze van een heel slimme peuter

Voor het eerst naar school! Veel kinderen
met een ontwikkelingsvoorsprong hebben
de verwachting dat ze ein-de-lijk eens
lekker gaan leren. Maar dat valt voor hen
vaak best tegen! Bereid je kind er op voor dat
het nog niet gaat leren lezen en rekenen.
Leg ook uit wat het wel gaat doen
in de kleuterklas.
Veel ouders en begeleiders van een peuter met een flinke ontwikkelingsvoorsprong zien dat deze rond 3,5 jaar (al een tijd) toe is aan school. Zijn interesses, behoefte aan contact, wijze van spelen...dit kind zou al goed kunnen meedraaien in een kleuterklas. Helaas werken de meeste scholen nog niet mee aan het vervroegd instromen op school. Maar daarover in een later blog meer.
 

Hoera! 4 jaar!

Wanneer het kind bijna 4 is, mag eindelijk naar school. Het is dan van cruciaal belang om een school te kiezen die ervaring heeft in het omgaan met kinderen die er aan de bovenkant uitsteken. Helaas zijn er nog veel scholen die voor deze groep kinderen geen specifiek aanbod hebben. Dit is wel belangrijk, want daarmee kun je voorkomen dat een kind gaat onderpesteren. Ik zie regelmatig dat slimme peuters zich binnen enkele weken (soms zelfs dagen, zie ik ook in de praktijk) gaan aanpassen aan het niveau van de klas. En daarna laten zij nog weinig van hun begaafdheid zien op school. Dit kan op lange termijn gevolgen hebben voor hun welzijn en daarbij gedrags- en leerproblemen veroorzaken.
 
Veel ouders vinden het lastig om een goede school te kiezen. En veel leidsters vinden het lastig om een goede school te adviseren. Zoek daarom eerst eens op internet rond en bekijk de websites van verschillende scholen. En vraag in je omgeving eens naar ervaringen. Maak een top 3 van geschikte scholen en ga daar eens in gesprek. Hieronder geef ik 5 tips voor een goed gesprek op school.




Tip 1

Ga in gesprek met de nieuwe leerkracht en de directeur. Leg in dit gesprek de (vermoedelijke) voorsprong uit met zoveel mogelijk concrete voorbeelden waaruit dit blijkt. Neem een tekening van je kind mee. Film dat hij leest of wanneer zij een moeilijk (voor een 3-jarige) spel doet. Maak een foto van een bijzonder bouwwerk, etc. Vind je het lastig om hierover te praten? Benadruk dit dan heel duidelijk. Dit laat zien dat je het echt niet zegt om op te scheppen.
Let goed op de reactie van je gesprekspartner. Daaruit valt veel op te maken. Ik ken scholen die:

    • denken dat de ouders liegen ("Dat kan gewoon niet, jullie zullen hem te veel pushen.")
    • de voorsprong erkennen maar bagatelliseren ("Ach, we hebben wel meer kinderen die wat meer kunnen dan de rest. Dat komt wel goed.")
    • erkennen en zeggen dat ze voor deze kinderen mooi materiaal hebben ("Oh ja, wij hebben ergens een slimme kleuterkist op school. Ik zal eens zoeken waar die eigenlijk staat.")
    • erkennen, begrijpen wat deze voorsprong inhoudt en vertellen wat ze er mee kunnen.
In welke categorie valt de school waar jij mee praat?
 

Tip 2 

Vraag naar het beleid van school. Hoe signaleren zij slimme/hoogbegaafde kinderen? Is daar een protocol voor, of is dat afhankelijk van de leerkracht die voor de klas staat? Wat doen zij daar vervolgens mee? Krijgen zij apart werk/materiaal? Wordt dit begeleid door een leerkracht of ib-er? Hoe vaak per week? Welke materialen zijn er in de kleuterklas aanwezig? Is dat voldoende voor je kind? Hoeveel leerkrachten op school hebben bijscholing gehad op het gebied van slimme kleuters/hoogbegaafdheid?
 

Tip 3

Je kind zal aangepast onderwijs nodig hebben om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Vraag eens hoe de juf omgaat met een kind in de kring die zo ver voorloopt. Zou haar aanpak voldoende zijn voor jouw kind? Hoe reageert ze als je zegt dat dat misschien nog niet voldoende is voor hem/haar? 
En hoe kijkt de leerkracht tegen het 'wennen' aan? Is dat een periode waarin ze je kind laat wennen maar wel gelijk werk op niveau aanbiedt, of mag hij gewoon afwachten wat de klas hem gaat brengen? Denk hierbij aan mijn opmerking hierboven dat een kind binnen enkele weken zich kan aanpassen aan het niveau van de klas!
 

Tip 4:

Probeer tijdens het gesprek te ‘voelen’ of dit een school is die openstaat voor kinderen die ‘anders zijn’. Is zij bereid om de eigenheid van een kind te accepteren? Of moeten alle kinderen mee in dezelfde benadering. (Ik bedoel bijv.: Mag je kind lekker werken als hij dat fijn vindt, of moeten alle kleuters spelen 'omdat dat zo hoort'?) Bedenk tijdens het gesprek eens of je kind deze leerkracht als volwaardig zal zien, of hij zich door deze leerkracht begrepen zal voelen. 
Ga op je intuïtie af, voel wat het gesprek met je doet. Heb je het idee dat deze school echt kan 'zien' wat je kind nodig heeft?
 

Tip 5:

Vraag eens na of er op school meer kinderen een apart programma hebben omdat ze bijv. hoogbegaafd zijn. Zitten er in de nieuwe klas van je kind meer kinderen die een grote voorsprong hebben? Of misschien wel in een andere kleuterklas? Het zou wenselijk zijn om deze kinderen samen in een klas te plaatsen, zodat ze samen kunnen werken en spelen (ontwikkelingsgelijken). Voor heel slimme kinderen is het goed om ontwikkelingsgelijken in hun omgeving te hebben.
 

Meer weten?

Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen waar je naar kunt vragen of op kunt letten. Maar hopelijk geven bovenstaande 5 tips jullie wat houvast. Mocht je hulp nodig hebben, neem dan contact met mij op. Ik kan met jou dit schoolgesprek voorbereiden of met je mee gaan naar school als je dat nodig vindt.

Heb je nog meer tips voor andere ouders en professionals? Ik zou het leuk vinden als je die hieronder achterlaat!

maandag 18 november 2013

Slimme peuter, goed in z'n vel!



Het belangrijkste is dat een jong slim kind goed in z’n vel zit. Dit bereik je met een aantal aanpassingen. Deze aanpassingen zijn soms eenvoudig, denk maar aan het aanpassen van je aanspreektoon. Die mag bij dit soort kinderen veel minder kinderachtig. Spreek tegen het kind alsof het 8 jaar is. Dit lijkt overdreven, maar je zult merken dat het kind je veel toegankelijker vindt!
En soms is een aanpassing lastiger te realiseren. Zoals een plusgroep voor slimme peuters. Maar het is wel van groot belang voor het kind. Heb je al eens bedacht dat het opzetten van zo'n specifieke groep je veel nieuwe kinderen (dus klanten) op kan leveren? Als je er meer over wilt weten, mag je me altijd bellen.


Aanpassingen

Ten eerste heeft dit kind voldoende uitdaging nodig. Denk aan: (veel) minder herhaling in de kring, een hoger tempo bij het aanleren van iets nieuws, zoals een lied. Bied bijvoorbeeld eens een Spaans liedje aan. Dan moeten zijn hersens ineens aan het werk. Bied specifieke denkmaterialen aan, de spellen van SmartGames zijn daar erg geschikt voor.
Geef gerichte opdrachten bij het spelen. Als een kind in de bouwhoek speelt, zeg dan eens: “Kom, we gaan een brug bouwen!” Geef hem daarbij de kans om zelf uit te zoeken hoe je zo’n brug bouwt. Superslimme kinderen houden er van om zelf dit soort dingen uit te vinden.
Delta-zand is bijvoorbeeld materiaal waar
kinderen op hun eigen ontwikkelingsniveau
mee kunnen werken. Erg leuk materiaal!

Blijf niet hameren op het feit dat een kind ‘moet spelen’. Sommige slimmeriken vinden het heerlijk om te ‘werken’, met letters en cijfers bezig te gaan. Rem ze niet af. En bekijk eens de materialen in je groep. Heb je materialen waarmee een kind kan experimenteren? Dit hoeft niet alleen op cognitief gebied. Vergrootglazen, insectenpotjes, magneten, instrumenten, veel kleuren verf, etc. kunnen ook heel interessant zijn!
Ik zal op deze blog regelmatig ideeën geven voor uitdagende materialen.

Andere slimmeriken

Ten tweede is het voor deze kinderen heel belangrijk om te ervaren dat ze niet de enige zijn die sneller, vlotter of slimmer is dan de rest. In een ideale situatie zou een kind met een ontwikkelingsvoorsprong enkele uren per dag doorbrengen tussen ontwikkelingsgelijken. Kinderen met wie ze een spelletje kunnen spelen op hun eigen niveau. Of ervaren dat meer kinderen een moeilijk lied na enkele keren al kennen. Ze ervaren dat meer kinderen op hun speciale manier met materialen om gaan. Ze ervaren in zo'n groep: er is niks mis met mij! Dit is erg belangrijk want kinderen leren zichzelf kennen door zichzelf te spiegelen aan anderen. In de peutertijd begint het ontwikkelen van het zelfbeeld met het ontdekken van de eigen ik. Omgaan met ontwikkelingsgelijken is daarom dus essentieel voor een positief zelfbeeld.

Ook is het belangrijk voor hun opvatting over leren. Want als je altijd alles in één keer kunt, leer je niet de basis van ‘leren’, zoals doorzetten, een taakje starten, dat leren leuk kan zijn, etc. Lees daarover meer in deze blog. En hier lopen zij in hun schoolcarrière vaak door vast. In een plusgroep kunnen kinderen dit soort dingen vaak beter leren. Daar moeten de activiteiten dan wel op worden afgestemd.

Zorgen om problemen vóór te zijn

Ten derde is het goed om je te realiseren dat een hoogbegaafd kind eigenlijk een zorgkind is. Dit klinkt misschien zwaar. Maar net zo goed als een kind met een laag iq, heeft dit kind extra zorg nodig om zich goed te ontwikkelen. Wil je hier meer over weten, lees dan deze blog eens, of deze. Zorg dat je goed contact hebt met de ouders, spreek elkaar regelmatig. En wanneer een kind naar de basisschool gaat, zorg dan dat de ouders een school uitkiezen die bekend staat om hun goede omgang met heel slimme kinderen. Zorg dan ook voor een goede overdracht. Maak duidelijk in de overdracht wat dit kind nodig heeft. Zo zorg je dat een leerkracht niet opnieuw alles hoeft uit te vinden. Je zorgt dan voor een goede start op school.


Op deze blog zal ik regelmatig artikelen plaatsen over dit onderwerp. Wil je op de hoogte blijven? Volg mij dan op Twitter, Facebook of abonneer je op deze blog rechtsbovenaan deze pagina.