maandag 9 december 2013

5 tips voor de schoolkeuze van een heel slimme peuter

Voor het eerst naar school! Veel kinderen
met een ontwikkelingsvoorsprong hebben
de verwachting dat ze ein-de-lijk eens
lekker gaan leren. Maar dat valt voor hen
vaak best tegen! Bereid je kind er op voor dat
het nog niet gaat leren lezen en rekenen.
Leg ook uit wat het wel gaat doen
in de kleuterklas.
Veel ouders en begeleiders van een peuter met een flinke ontwikkelingsvoorsprong zien dat deze rond 3,5 jaar (al een tijd) toe is aan school. Zijn interesses, behoefte aan contact, wijze van spelen...dit kind zou al goed kunnen meedraaien in een kleuterklas. Helaas werken de meeste scholen nog niet mee aan het vervroegd instromen op school. Maar daarover in een later blog meer.
 

Hoera! 4 jaar!

Wanneer het kind bijna 4 is, mag eindelijk naar school. Het is dan van cruciaal belang om een school te kiezen die ervaring heeft in het omgaan met kinderen die er aan de bovenkant uitsteken. Helaas zijn er nog veel scholen die voor deze groep kinderen geen specifiek aanbod hebben. Dit is wel belangrijk, want daarmee kun je voorkomen dat een kind gaat onderpesteren. Ik zie regelmatig dat slimme peuters zich binnen enkele weken (soms zelfs dagen, zie ik ook in de praktijk) gaan aanpassen aan het niveau van de klas. En daarna laten zij nog weinig van hun begaafdheid zien op school. Dit kan op lange termijn gevolgen hebben voor hun welzijn en daarbij gedrags- en leerproblemen veroorzaken.
 
Veel ouders vinden het lastig om een goede school te kiezen. En veel leidsters vinden het lastig om een goede school te adviseren. Zoek daarom eerst eens op internet rond en bekijk de websites van verschillende scholen. En vraag in je omgeving eens naar ervaringen. Maak een top 3 van geschikte scholen en ga daar eens in gesprek. Hieronder geef ik 5 tips voor een goed gesprek op school.




Tip 1

Ga in gesprek met de nieuwe leerkracht en de directeur. Leg in dit gesprek de (vermoedelijke) voorsprong uit met zoveel mogelijk concrete voorbeelden waaruit dit blijkt. Neem een tekening van je kind mee. Film dat hij leest of wanneer zij een moeilijk (voor een 3-jarige) spel doet. Maak een foto van een bijzonder bouwwerk, etc. Vind je het lastig om hierover te praten? Benadruk dit dan heel duidelijk. Dit laat zien dat je het echt niet zegt om op te scheppen.
Let goed op de reactie van je gesprekspartner. Daaruit valt veel op te maken. Ik ken scholen die:

    • denken dat de ouders liegen ("Dat kan gewoon niet, jullie zullen hem te veel pushen.")
    • de voorsprong erkennen maar bagatelliseren ("Ach, we hebben wel meer kinderen die wat meer kunnen dan de rest. Dat komt wel goed.")
    • erkennen en zeggen dat ze voor deze kinderen mooi materiaal hebben ("Oh ja, wij hebben ergens een slimme kleuterkist op school. Ik zal eens zoeken waar die eigenlijk staat.")
    • erkennen, begrijpen wat deze voorsprong inhoudt en vertellen wat ze er mee kunnen.
In welke categorie valt de school waar jij mee praat?
 

Tip 2 

Vraag naar het beleid van school. Hoe signaleren zij slimme/hoogbegaafde kinderen? Is daar een protocol voor, of is dat afhankelijk van de leerkracht die voor de klas staat? Wat doen zij daar vervolgens mee? Krijgen zij apart werk/materiaal? Wordt dit begeleid door een leerkracht of ib-er? Hoe vaak per week? Welke materialen zijn er in de kleuterklas aanwezig? Is dat voldoende voor je kind? Hoeveel leerkrachten op school hebben bijscholing gehad op het gebied van slimme kleuters/hoogbegaafdheid?
 

Tip 3

Je kind zal aangepast onderwijs nodig hebben om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Vraag eens hoe de juf omgaat met een kind in de kring die zo ver voorloopt. Zou haar aanpak voldoende zijn voor jouw kind? Hoe reageert ze als je zegt dat dat misschien nog niet voldoende is voor hem/haar? 
En hoe kijkt de leerkracht tegen het 'wennen' aan? Is dat een periode waarin ze je kind laat wennen maar wel gelijk werk op niveau aanbiedt, of mag hij gewoon afwachten wat de klas hem gaat brengen? Denk hierbij aan mijn opmerking hierboven dat een kind binnen enkele weken zich kan aanpassen aan het niveau van de klas!
 

Tip 4:

Probeer tijdens het gesprek te ‘voelen’ of dit een school is die openstaat voor kinderen die ‘anders zijn’. Is zij bereid om de eigenheid van een kind te accepteren? Of moeten alle kinderen mee in dezelfde benadering. (Ik bedoel bijv.: Mag je kind lekker werken als hij dat fijn vindt, of moeten alle kleuters spelen 'omdat dat zo hoort'?) Bedenk tijdens het gesprek eens of je kind deze leerkracht als volwaardig zal zien, of hij zich door deze leerkracht begrepen zal voelen. 
Ga op je intuïtie af, voel wat het gesprek met je doet. Heb je het idee dat deze school echt kan 'zien' wat je kind nodig heeft?
 

Tip 5:

Vraag eens na of er op school meer kinderen een apart programma hebben omdat ze bijv. hoogbegaafd zijn. Zitten er in de nieuwe klas van je kind meer kinderen die een grote voorsprong hebben? Of misschien wel in een andere kleuterklas? Het zou wenselijk zijn om deze kinderen samen in een klas te plaatsen, zodat ze samen kunnen werken en spelen (ontwikkelingsgelijken). Voor heel slimme kinderen is het goed om ontwikkelingsgelijken in hun omgeving te hebben.
 

Meer weten?

Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen waar je naar kunt vragen of op kunt letten. Maar hopelijk geven bovenstaande 5 tips jullie wat houvast. Mocht je hulp nodig hebben, neem dan contact met mij op. Ik kan met jou dit schoolgesprek voorbereiden of met je mee gaan naar school als je dat nodig vindt.

Heb je nog meer tips voor andere ouders en professionals? Ik zou het leuk vinden als je die hieronder achterlaat!

maandag 18 november 2013

Slimme peuter, goed in z'n vel!



Het belangrijkste is dat een jong slim kind goed in z’n vel zit. Dit bereik je met een aantal aanpassingen. Deze aanpassingen zijn soms eenvoudig, denk maar aan het aanpassen van je aanspreektoon. Die mag bij dit soort kinderen veel minder kinderachtig. Spreek tegen het kind alsof het 8 jaar is. Dit lijkt overdreven, maar je zult merken dat het kind je veel toegankelijker vindt!
En soms is een aanpassing lastiger te realiseren. Zoals een plusgroep voor slimme peuters. Maar het is wel van groot belang voor het kind. Heb je al eens bedacht dat het opzetten van zo'n specifieke groep je veel nieuwe kinderen (dus klanten) op kan leveren? Als je er meer over wilt weten, mag je me altijd bellen.


Aanpassingen

Ten eerste heeft dit kind voldoende uitdaging nodig. Denk aan: (veel) minder herhaling in de kring, een hoger tempo bij het aanleren van iets nieuws, zoals een lied. Bied bijvoorbeeld eens een Spaans liedje aan. Dan moeten zijn hersens ineens aan het werk. Bied specifieke denkmaterialen aan, de spellen van SmartGames zijn daar erg geschikt voor.
Geef gerichte opdrachten bij het spelen. Als een kind in de bouwhoek speelt, zeg dan eens: “Kom, we gaan een brug bouwen!” Geef hem daarbij de kans om zelf uit te zoeken hoe je zo’n brug bouwt. Superslimme kinderen houden er van om zelf dit soort dingen uit te vinden.
Delta-zand is bijvoorbeeld materiaal waar
kinderen op hun eigen ontwikkelingsniveau
mee kunnen werken. Erg leuk materiaal!

Blijf niet hameren op het feit dat een kind ‘moet spelen’. Sommige slimmeriken vinden het heerlijk om te ‘werken’, met letters en cijfers bezig te gaan. Rem ze niet af. En bekijk eens de materialen in je groep. Heb je materialen waarmee een kind kan experimenteren? Dit hoeft niet alleen op cognitief gebied. Vergrootglazen, insectenpotjes, magneten, instrumenten, veel kleuren verf, etc. kunnen ook heel interessant zijn!
Ik zal op deze blog regelmatig ideeën geven voor uitdagende materialen.

Andere slimmeriken

Ten tweede is het voor deze kinderen heel belangrijk om te ervaren dat ze niet de enige zijn die sneller, vlotter of slimmer is dan de rest. In een ideale situatie zou een kind met een ontwikkelingsvoorsprong enkele uren per dag doorbrengen tussen ontwikkelingsgelijken. Kinderen met wie ze een spelletje kunnen spelen op hun eigen niveau. Of ervaren dat meer kinderen een moeilijk lied na enkele keren al kennen. Ze ervaren dat meer kinderen op hun speciale manier met materialen om gaan. Ze ervaren in zo'n groep: er is niks mis met mij! Dit is erg belangrijk want kinderen leren zichzelf kennen door zichzelf te spiegelen aan anderen. In de peutertijd begint het ontwikkelen van het zelfbeeld met het ontdekken van de eigen ik. Omgaan met ontwikkelingsgelijken is daarom dus essentieel voor een positief zelfbeeld.

Ook is het belangrijk voor hun opvatting over leren. Want als je altijd alles in één keer kunt, leer je niet de basis van ‘leren’, zoals doorzetten, een taakje starten, dat leren leuk kan zijn, etc. Lees daarover meer in deze blog. En hier lopen zij in hun schoolcarrière vaak door vast. In een plusgroep kunnen kinderen dit soort dingen vaak beter leren. Daar moeten de activiteiten dan wel op worden afgestemd.

Zorgen om problemen vóór te zijn

Ten derde is het goed om je te realiseren dat een hoogbegaafd kind eigenlijk een zorgkind is. Dit klinkt misschien zwaar. Maar net zo goed als een kind met een laag iq, heeft dit kind extra zorg nodig om zich goed te ontwikkelen. Wil je hier meer over weten, lees dan deze blog eens, of deze. Zorg dat je goed contact hebt met de ouders, spreek elkaar regelmatig. En wanneer een kind naar de basisschool gaat, zorg dan dat de ouders een school uitkiezen die bekend staat om hun goede omgang met heel slimme kinderen. Zorg dan ook voor een goede overdracht. Maak duidelijk in de overdracht wat dit kind nodig heeft. Zo zorg je dat een leerkracht niet opnieuw alles hoeft uit te vinden. Je zorgt dan voor een goede start op school.


Op deze blog zal ik regelmatig artikelen plaatsen over dit onderwerp. Wil je op de hoogte blijven? Volg mij dan op Twitter, Facebook of abonneer je op deze blog rechtsbovenaan deze pagina.

woensdag 30 oktober 2013

Kenmerkenlijst van hoogbegaafde baby’s en peuters

Hieronder vind je een lijst met kenmerken van baby's en kinderen met een flinke ontwikkelingsvoorsprong. Het is apart dat ik zo'n lijst publiceer, omdat ik eigenlijk niet zo'n fan van dergelijke lijstjes ben. Er schuilt namelijk een groot gevaar aan lijstjes; niet elk kind voldoet aan alle kenmerken die er in staan. En niet álle kenmerken staan er in. Daarbij kunnen kenmerken bij ieder kind verschillend uitpakken.

Daarom is voorzichtigheid geboden. Toch kan een kenmerkenlijst ook wel heel goed helpen wanneer er twijfel is over een voorsprong. Lees de lijst maar eens goed door. Eventueel kun je contact met mij opnemen als je er dan nog niet uitkomt.

Deze baby heeft vanaf de eerste dag een intense, oplettende blik.
De baby slaapt weinig en maakt graag alles mee.
Hij lijkt alles te willen snappen.

Pasgeborenen:

  • In buikligging al snel zijn hoofdje optillen om zijn omgeving te bekijken. (soms met 1 week)
  • Ouders hebben veel eerder oogcontact met hun baby dan andere ouders.
  • De baby glimlacht al heel vroeg (soms na een paar dagen al). Dit zijn dan echt geen stuipjes.
  • Regelmatig zien opvoeders een alerte, heldere blik bij hun baby. Hij heeft onderzoekende ogen, je ziet hem ‘denken’.

 Oudere baby’s:

  • Enorme nieuwsgierigheid: de baby wil alles gezien hebben en wil daarom zelfs niet slapen. Veel van deze baby’s hebben ook minder slaap nodig. Het zijn erg energieke baby’s die constant op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging. Dit geldt niet voor alle snelle baby's.
  • Grote gevoeligheid voor prikkels. De ene baby raak van prikkels enorm gestimuleerd en wil met die prikkel bezig. Deze baby ligt niet graag in een box. Andere baby’s raken overprikkeld en willen zich terugtrekken in een box of wiegje.
  • De motorische ontwikkeling gaat sneller dan normaal. Baby’s kunnen eerder zitten (<7 mnd), kruipen (<9 mnd) en staan (<10 mnd) en soms al lopen (<13 mnd). Sommige hoogbegaafde baby’s zijn juist later met deze dingen. Dit zijn vaak perfectionistische kinderen die pas een handeling doen als ze helemaal zeker weten dat ze het kunnen.
  • Frustratie-gevoelens: ze willen vaak al heel veel, maar kunnen dat motorisch nog niet aan. Dit kan voor huilbaby’s een reden tot huilen zijn.
  • Vroeg praten met woordjes en korte zinnetjes. (<12 mnd). Deze voorsprong is blijvend.
  • Een enorme passieve woordenschat. Deze voorsprong is blijvend.
  • Intensiteit: emoties zijn bij deze kinderen vaak intens: intens blij, verdrietig, etc. Dit is blijvend.

 Peuters:

  • Grote belangstelling voor allerlei onderwerpen (dino’s, natuur, heelal, automerken, etc.).
  • Wil alles zelf doen, is erg zelfstandig. Wil het ook op eigen manier doen, wil eigen keuzes maken. Het kind heeft een ‘sterk eigen willetje’. Is daarbij ook kritisch.
  • Perfectionistisch: doet dingen heel precies en stelt hoge eisen, aan zichzelf én aan anderen.
  • Tomeloze energie: ondernemend, soms tot ‘t onmogelijke toe. Slecht omschakelen naar rust.
  • Snelle cognitieve ontwikkeling: kan kleuren benoemen, tellen, herkent cijfers en letters, heeft getalbegrip (vaak al heel jong), kent tegenstellingen al vroeg, kan al jong puzzelen met veel stukjes… etc.
  • Sociaal/emotioneel gezien verder dan groepsgenootjes. Dit bemoeilijkt het spel en de omgang met anderen door onbegrip. Dit levert vaak teleurstellingen op en gevoel van onbehagen. Dan wordt vervolgens soms onterecht aangezien voor sociale achterstand.

  • Grote taalvaardigheid met correcte zinsbouw. Begrijpt woordgrapjes.
  • Tekent veel details. Bijv. een gezicht met ogen, wimpers en wenkbrauwen. Ook al is dit nog niet duidelijk/goed getekend, de details zijn wel aanwezig.
  • Vertoont soms angsten die meer bij oudere kinderen passen. Ze zijn bewuster voor gevaren.
  • Is erg gevoelig. Prikkels (bijv. geluiden, maar ook emoties) komen sterker binnen. Reactie: overschreeuwen of juist terugtrekken.
  • Opstandig of boos door frustratie. Dit komt door gebrek aan uitdaging, doordat het iets wil maar nog niet kan, of door zich anders voelen. Soms is dit boze gedrag alleen thuis zichtbaar.
  • Houdt zich bezig met ‘grote mensen zaken’, zoals geboorte, de dood, etc. Is gauw bezorgd.
  • Nieuwsgierig: peuter staat altijd vooraan, wil precies weten wat er gebeurt. Vraagt veel.
  • Grote fantasie: peuter heeft verzonnen vriendjes, en/of grote verbeelding in zijn spel.
  • Oriënteert zich snel in de ruimte/omgeving (kan de weg goed onthouden, weet precies waar alles ligt) 
Nog vragen? Neem dan contact met mij op. Een eerste kennismakingsgesprek is gratis!

Heb je uit eigen ervaring nog meer kenmerken? Of een andere opmerking? Ik vind het leuk als je  hieronder een reactie achter laat!

Is een snelle baby of peuter hoogbegaafd?

Wanneer een kind verder is dan leeftijdsgenoten, dan valt vaak de term 'ontwikkelingsvoorsprong'. Vaak heeft een 'gewoon slim' kind een voorsprong op één of enkele gebieden. Er zijn echter ook peuters/baby's die op (vrijwel) alle gebieden een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Zijn zij dan hoogbegaafd?

Je weet dit vast wel: jonge kinderen ontwikkelen zich in sprongen. Een ontwikkelingsvoorsprong betekent dan ook dat het kind verder is in zijn ontwikkeling dan gemiddeld. Dit kan op allerlei gebieden zijn; taal, motorisch, muzikaal, cognitief, etc. Zo’n voorsprong kan tijdelijk zijn. Maar soms blijft een kind zich sneller ontwikkelen dan de rest. Op meerdere gebieden. Heel vaak zien we bij hoogbegaafde kinderen achteraf dat zij al op jonge leeftijd over hun vrijwel gehele ontwikkeling een voorsprong lieten zien. Dus: heeft een kind op veel gebieden een flinke voorsprong? Dan kán het hoogbegaafd zijn.


Aandacht voor hoogbegaafdheid, waarom?

Het is heel belangrijk om hoogbegaafdheid op jonge leeftijd te ontdekken. Niet om dat labeltje op te plakken, niet om een kind ‘beter’ te laten zijn dan andere kinderen. Maar om de juiste handvatten te hebben om de ontwikkeling van het kind te begeleiden. Want de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind verloopt vaak niet vanzelfsprekend. Er zijn valkuilen waar deze slimme kinderen in kunnen vallen, met soms enorme gevolgen voor hun latere welzijn. Zo kunnen zij faalangstig worden, een gebrek aan motivatie krijgen of gedragsproblemen ontwikkelen. Met de juiste begeleiding van mensen die het kind begrijpen, hoeft dit niet te gebeuren. En kunnen deze talentvolle kinderen uitgroeien tot fijne, stabiele volwassenen.

Herkennen

Hoe herken je een hoogbegaafd kind? Er zijn signalen die je kunt oppikken. Zoals van ouders. Zij zien vaak een verschil tussen de thuissituatie en school/kdv/psz. Thuis kan het kind bijvoorbeeld al mooie tekeningen maken, op de groep krast het. Of op de groep is het kind erg lief en rustig, terwijl het thuis boos en verdrietig is en weer in z'n broek plast. Neem ouders met deze signalen altijd serieus.


Gevolgen: leer- en gedragsproblemen
Hoogbegaafde kinderen die onvoldoende uitdaging krijgen, kunnen heel verschillend gedrag laten zien. Er was een meisje dat de kring zo saai vond dat ze letterlijk telkens in slaap viel. Een ander gefrustreerd jongetje schopte en sloeg werkelijk iedereen, maar zodra hij voldoende uitdaging kreeg (hij leerde lezen) veranderde hij in een gezellig, meewerkend jochie. En zo zijn er talloze voorbeelden. In mijn volgende blog vind je een hele lijst met kenmerken van hoogbegaafde baby’s en peuters. Belangrijk is om je te realiseren dat zo’n lijst nooit compleet is. En dat een hoogbegaafd kind niet aan al deze punten hoeft te voldoen. Zeker als een kind niet goed in z’n vel zit, zal het niet al deze kenmerken laten zien. Dus wees alert. Maar als je een kind hierin herkent, is het verstandig om eens met de ouders en eventueel een orthopedagoog in gesprek te gaan.