dinsdag 8 juli 2014

Wie wil leren vliegen heeft tegenwind nodig!

Bij hoogbegaafden is het niet altijd vanzelfsprekend dat er voldoende tegenwind is om goed te leren vliegen. Maar wat als je niet eens weet dat je zou k├║nnen vliegen? Het volgende Afrikaanse verhaal over de adelaar en de kippen vind ik prachtig en illustratief:

In een vreselijke storm werd een piepjong adelaarskuiken uit zijn nest geblazen. Het zweefde en tuimelde door de lucht, en kwam vanaf de hoge berg bijna in het dal terecht. Een klein jongetje vond het kuikentje, trillend en kletsnat. Hij nam het mee naar zijn boerderij in het dal. Hij voedde het kuiken, verzorgde het en toen het sterk genoeg was, liet hij het rondlopen bij de kippen op het erf. Na een week was het kuikentje volledig hersteld. Het rende vrolijk rond met de kippen, het at met de kippen en speelde met de andere kippen.

Na die week pakte het jongetje het beestje op in zijn beide handen, hield het in de lucht, en zei: “Jij bent een adelaar. Vlieg!” De adelaar keek verschrikt en riep: “Nee, nee! Zet me vlug op de grond, bij de kippen!” Het jongetje liet haar neer en ze speelde verder met de kippen.

Een maand later pakte het jongetje de adelaar weer op, nam haar naar het dak van het huis, en riep: “Kom, je bent geen kip. Je bent een adelaar! Vlieg!” Maar de adelaar was vreselijk bang en riep dat ze bij de kippen wilde blijven. Het jongetje zette haar tenslotte neer op de grond.

Een jaar later was de adelaar enorm gegroeid. En het jongetje ook. Hij pakte de adelaar op en nam haar mee naar de bergtop. Met zijn beide handen vouwde hij voorzichtig haar vleugels een beetje uit en tilde de adelaar hoog richting de zon. “Vlieg!”, fluisterde hij, “vlieg!”. Maar de adelaar was opnieuw vreselijk bang en ze weigerde opnieuw in alle toonaarden.

Maar, terwijl ze daar op die bergtop stonden, kwam er een windvlaag onder de veren van de adelaar. En terwijl ze omhoog geblazen werd, strekte ze haar vleugels verder uit. Ze leunde op de wind. Vervolgens bewoog ze haar vleugels. En ze vloog! Ze vloog zo hoog als ze kon. Zo ver als ze kon. Het gevoel was magisch. De adelaar keek nooit meer achterom. Ze was een ADELAAR!

Heel wat hoogbegaafden zijn als deze adelaar. Ze hebben geen idee wat ze allemaal kunnen, omdat ze nooit hebben geleerd om hun talenten te gebruiken. Sterker nog, ze hebben soms geen idee wat hun talenten zijn, omdat ze (bijvoorbeeld op school) te weinig gestimuleerd worden om deze te ontdekken.

De ouders en de leraren zijn het jongetje uit dit verhaal. Zij zijn degenen die de juiste bergtop moeten uitzoeken. Zij zullen moeten inzien wat het kind nodig heeft om zijn talenten te laten vliegen. Ook moeten zij kijken of er tegenwind staat. Want zonder flinke tegenwind, zal een kind niet kunnen opstijgen. Maar het allerbelangrijkste wat deze ‘jongetjes’ moeten doen: geloven in de talenten van de adelaar!

Deze column verscheen in juni 2014 in het magazine Gifted van 248 Media

Lonneke Snijder is hoogbegaafdheidsdeskundige in haar bedrijf Start Voor Talent. Ze begeleidt en adviseert ouders, scholen en peuterorganisaties rondom hoogbegaafdheid.